Nieuws

Topondernemers: concurrentiedruk neemt af

De concurrentiedruk neemt af in de ogen van Nederlandse topondernemers. Dat blijkt uit het jaarlijks onderzoek ‘Mindset van de Business Leader’ van de Baak en netwerkorganisatie Business Leaders. In 2014 ervoer 55% van de ondervraagde ondernemers een sterke tot zeer sterke concurrentiedruk. In 2015 is dat teruggelopen naar 47%. De afname van de turbulentie in het ondernemingsklimaat is nog sterker: vorig jaar beleefde 63% van de topondernemers sterke turbulentie en nu nog de helft. Opvallend is, dat ondernemers met een hoog innovatietempo de minste concurrentiedruk ervaren.

Het onderzoek laat verschuivingen zien in de managementagenda van business leaders. De prioriteit van het vergroten van innovatie, versterking van het merk, internationalisering en leiding geven aan groei stijgt in de periode 2012 - 2015. Tegelijkertijd neemt de aandacht voor kostenbesparingen en het verbeteren van leiderschapskwaliteiten binnen de organisatie steeds verder af. Joel aan ’t Goor, directeur Business Leaders: ‘Interessant om te zien is de impact van het innovatietempo binnen organisaties. Van de ondernemers die meer dan driekwart van de omzet halen uit producten die in de afgelopen drie jaar zijn ontwikkeld, ervaart slechts 17% een sterke concurrentiedruk. Van de ondernemers die minder dan een kwart van de omzet uit die nieuwe producten halen, is dit maar liefst 58%.’

Rob Bos, bij de Baak verantwoordelijk voor het Expertisecentrum Leiderschapsontwikkeling: ‘De aandacht voor het menselijk kapitaal in de onderneming verflauwt. Het verhogen van leiderschapskwaliteiten staat op minder dan 30% van de prioriteitenlijstjes en het vergroten van betrokkenheid en behoud van huidige medewerkers wordt door nog geen 15% van de business leaders vermeld als prioriteit. Tegelijkertijd zien we dat veel business leaders moeite hebben met het creëren van een omgeving waarin medewerkers zelf initiatieven nemen voor vernieuwing. En laat dat nou net een bepalende factor zijn voor het innovatietempo en het aanpassingsvermogen van de organisatie.’