Nieuws

Nederland blijft qua duurzaamheid achter

 Van de 27 EU-lidstaten blijkt Nederland op het vlak van MVO tot de vijf minst presterende landen te behoren, tenminste, daar waar het gaat om het aandeel duurzame energie in de energiemix. Alleen Ierland, Cyprus, Groot-Brittannië en Luxemburg scoren slechter. Kijkend naar de doelstelling (20%) en een aandeel van 3% kan rustig gesteld worden dat Nederland (ook in vergelijking met de andere landen) nog een lange weg te gaan heeft. Zo is Zweden al op tweederde van de doelstelling van 48% en heeft Letland nog maar 5% te gaan tot het doel van 42% gehaald is. Als we het ambitieniveau van Nederland vergelijken met dat van de twee voornoemde landen, is de conclusie gerechtvaardigd dat ook het ambitieniveau significant lager ligt. Een en ander blijkt uit het rapport ‘Crisis or not, renewable energy is hot’, waarin PricewaterhouseCoopers (PwC) beleidsmaatregelen in zeven Europese landen ten aanzien van duurzame energie en de effecten daarvan, met elkaar vergelijkt.
Overigens presteert Nederland ook qua het succes van stimuleringsmaatregelen onder het gemiddelde.
'Men zou er hier goed aan doen', zo stelt Aad Groenenboom, voorzitter van de Europese duurzame energiegroep binnen PwC en initiatiefnemer van het onderzoek, 'voor het vormgeven van beleid gebruik te maken van succesvoorbeelden uit andere landen'. En daarbij noemt hij het succesvolle Duitsland als lichtend voorbeeld.
Maar ook de EU stelt qua prestatie op dit vlak teleur. Om het afgesproken aandeel van 20% duurzame energie in de primaire energiebehoefte van de EU in 2020 te kunnen realiseren, zal er de komende tien jaar een extra investering van ruim één miljoen windmolens of een oppervlakte aan zonnepanelen van minimaal tweemaal de grootte van België, gedaan moeten worden. Deze investering ligt tussen de 1,8 en 22 biljoen euro, afhankelijk van het type energie en de keuze van de technologie.