Nieuws

Lagere groei productiviteit

Managers schieten als paddenstoelen uit de grond en dat levert forse discussies op. Niet alleen over het al of niet nodig zijn van die managers, maar vooral ook over de salarissen van vooral de topmanagers. Het komt echter zelden voor dat één en ander in een breder perspectief wordt geplaatst. Het aantal managers en het inkomen van topmanagers hangt namelijk samen met het beleid van arbeidsmarktderegulering. De International Labour Organisation berekende voor 19 OESO-landen de bijdrage aan de arbeidsproductiviteit van managers in de niet-agrarische beroepsbevolking van 1984 tot 1997. De ratio is het laagst in Noorwegen (2,0%) en Zweden (2,6%) en het hoogst in het Verenigd Koninkrijk (11,4%), Australië (12,3%), de VS (13%) en Canada (13,5%). In Nederland was het aandeel in 1998 6%. Een hoog managementratio leidt tot een hoge mate van sturing, coördinatie, controle en loonongelijkheid. Eén en ander heeft tot gevolg dat de motivatie bij werknemers om hun kennis en kunde in te zetten in het belang van de onderneming fors terugloopt zo niet verdwijnt. Ook de arbeidsvreugde en betrokkenheid nemen af wat een negatieve invloed heeft op de arbeidsproductiviteit. Deze correlatie blijkt uit empirisch onderzoek.