Nieuws

Europa steunt Limburgs ‘Cradle-to-Cradle’-project

De Europese Unie gaat het Limburgs internationale 'Cradle-to-Cradle'-(C2C)-project gedurende twee jaar steunen. ‘Alsof we met ons Maasvissersbootje een grote zeevis aan de haak hebben geslagen.’ Milieugedeputeerde Bert Kersten is duidelijk in zijn nopjes met het besluit van de Europese Unie waarin Limburg is aangewezen voortrekker te zijn in dit project. Daarin gaan tien Europese regio’s samenwerken. De Provincie Limburg heeft als een van de eerste Europese regio’s een bijzondere vorm van duurzame ontwikkeling omarmd, ‘Cradle-to-Cradle’, letterlijk ‘van de wieg tot de wieg’.
Gezamenlijk zullen de regio’s concrete voorbeelden verzamelen hoe je producten, gebouwen en gebieden duurzaam en schoon kunt vormgeven op een wijze die het bedrijven, designers en wetenschappers in de regio’s mogelijk maakt te innoveren en te produceren. De inventarisatie moet leiden tot plannen met concrete acties die na die twee jaar omgezet kunnen worden in gangbare maatregelen op weg naar een duurzame samenleving.
Cradle-to-Cradle, ontwikkeld door de Amerikaanse ontwerper William McDonough en de Duitse chemicus Michael Braungart, wil in plaats van ‘minder slecht’ meteen ‘goed’ doen. Bert Kersten: ‘Het concept staat ons toe een hoog welvaartspeil te handhaven, terwijl alle gebruikte materialen schoon zijn. Zodat ze na hun leven in het ene product nuttig kunnen worden ingezet in een ander product. Of, als dat niet kan, teruggegeven worden aan de natuur en daar als voedsel kunnen dienen. Als deze ecologische kringloop en technologische kringloop op de juiste wijze worden toegepast, wordt het ecologische systeem niet vervuild en raken de voorraden niet uitgeput.’
‘Met C2C hebben we eindelijk een idee te pakken, die ons niet enkel het belerende en verbiedende milieuvingertje voorhoudt’, vult economie gedeputeerde Jos Hessels aan, ‘ maar een idee die staat voor economische ontwikkeling en kosteneffectieve oplossingen. Omdat Cradle-to-Cradle innovatie bevordert, slaat het idee goed aan bij het bedrijfsleven, de wetenschap, eco-designers en overheden.’