Nieuws

Economisch relatie met opkomende markten blijft groeien

Opkomende economieën worden belangrijker voor Nederland. Er zit nog veel potentie in de handel met deze landen. ‘De verwachting is dat opkomende economieën de komende jaren de grootste economische groei laten zien. Dat biedt veel nieuwe mogelijkheden voor Nederlandse ondernemers. De uitdaging is die kansen te verzilveren.’

Dat zei staatssecretaris Bleker (Buitenlandse Handel) na de presentatie van de Internationaliseringsmonitor 2010 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Deze geeft een beeld van de trends in onder andere de internationale handel, investeringen en innovatie. De monitor biedt een analyse van de specifieke kenmerken van ondernemingen die uit- en invoeren onder andere op het terrein van zeggenschap, productiviteit, lonen en omzet.

Het aandeel van de export naar landen van buiten de EU is sinds 1996 (20 procent) gestegen tot 25 procent in 2009. De EU als afzetmarkt blijft echter dominant. De EU was in 1996 goed voor 79 procent van onze export. In 2009 was dit licht afgenomen tot 75 procent. Tegelijkertijd is de import uit Europese landen de afgelopen veertien jaar gedaald van 64 naar 55 procent.

Volgens Bleker kan Nederland meer van de internationale handel en toenemende inversteringen uit opkomende markten profiteren door sterke bedrijven en een concurrerend ondernemings- en vestigingsklimaat. Het kabinet schept volgens hem de juiste voorwaarden door aandacht voor economische topgebieden, de aanpak van regeldruk en de stimulans voor vernieuwing in het bedrijfsleven. Daarbij is het volgens Bleker belangrijk om te onderkennen dat in een open economie niet alleen winnaars zijn. ‘Open grenzen vragen ook om aanpassingen van werknemers en ondernemers. Het kabinet zet zich daarom in voor goede onderwijs- en scholingsmogelijkheden, helpt mensen van werk naar werk, ondersteunt innovatie en helpt het Nederlandse bedrijven in het buitenland. De inzet is meer én eerlijke handel.’