Nieuws

Werknemers potten 15 miljard euro aan vakantiedagen op

Nederlandse werknemers hadden op 31 december 2010 gemiddeld 18,5 vakantiedagen per persoon opgespaard. Dat staat gelijk aan 15 miljard euro. Dit blijkt uit berekeningen op basis van een onderzoek van werkgeversvereniging AWVN onder het Nederlandse bedrijfsleven.

Het genoemde aantal vakantiedagen betreft opgespaarde rechten - ´vakantiestuwmeren´. Dat is dus vóórdat de vakantiedagen over 2011 op de vakantiekaart werden bijgeschreven.
In Nederland zijn volgens het CBS een kleine 4,5 miljoen voltijdsbanen (waarbij alle deeltijdbanen zijn omgerekend naar voltijdsequivalenten). Samen zijn die banen goed voor 83 miljoen opgepotte vrije dagen. Een werkdag van 8 uur kost gemiddeld 176 euro. Dat betekent dat Nederlandse werkgevers voor 15 miljard euro (83 miljoen dagen * 176 euro) bij hun werknemers in het krijt staan.

AWVN, betrokken bij meer dan de helft van alle CAO’s, wil het aantal vrije dagen dat Nederlandse werknemers krijgen ‘bespreekbaar maken’ in het CAO-overleg. In dezelfde editie van Werkgeven zegt directeur Arbeidsvoorwaardenbeleid Hans van der Steen: ‘De onderliggende verklaring voor het fenomeen vakantiestuwmeer is dat Nederlandse werknemers gewoon erg veel vrije dagen krijgen. 20 is wettelijk verplicht, 25 is de norm en dan komen daar nog zo’n 10 adv-dagen bij. Ik maak me sterk dat er weinig landen zijn waar werknemers zoveel vrije dagen krijgen.’

Het onderzoek waarop de cijfers in dit artikel zijn gebaseerd, werd in januari door AWVN uitgevoerd onder bedrijven uit de marktsector. Van de aangeschreven bedrijven deden 173 mee, een respons van 17 procent. Dat hoge responscijfer duidt op relatief grote betrokkenheid bij het onderwerp. In het onderzoek werd gevraagd naar het aantal vakantiedagen en adv-dagen dat jaarlijks wordt verstrekt en hoe hoog het gemiddelde saldo van nog uitstaande vakantiedagen bedroeg op 31 december 2010.
Leeftijd speelt grote rol bij volgen van cursussen en opleidingen
Uit een recent marktonderzoek in opdracht van cursuszoekmachine Cursusvoor.nl blijkt dat Nederlanders in de leeftijd tussen 35 en 44 jaar relatief weinig cursussen volgen. Waar maar liefst 55% van de jongeren tot 35 jaar een cursus volgde in de afgelopen 3 jaar, was dit bij de 35-44 jarigen slechts 36%. Ook hun oudere collega's ontwikkelen zich meer: in de categorie 45-52 jarigen volgde 52% een cursus of opleiding. De door 376 respondenten ingevulde enqu(ee)te richtte zich tot inwoners van Nederland, van 18 jaar of ouder, die momenteel geen voltijdopleiding volgen.

Het is opvallend dat 35-44 jarigen aanzienlijk minder cursussen of opleidingen volgen, aangezien deze groep toch in de bloeitijd van hun carrière zit. Zelf voeren de desbetreffende respondenten als redenen aan: tijdgebrek, geldgebrek en ‘dat is er nog niet van gekomen’, redenen zijn voor het niet volgen van cursussen of opleidingen. Een logische reden voor het tijdgebrek is volgens Cursusvoor.nl het ouderschap: in de desbetreffende leeftijd hebben veel mensen namelijk nog jonge kinderen, die veel (studie)tijd opslokken. Onderzocht is dit laatste echter niet.

In Nederland volgen 55-plussers tenslotte nog maar heel weinig opleidingen of cursussen. Slechts 8% volgde de afgelopen drie jaar nog een cursus. Zoals ze zelf zeggen: ‘hebben ze daar de leeftijd niet meer voor’.

Nederlanders met enkel een middelbare opleiding volgen minder vaak cursussen of opleidingen dan diegenen met een hogere opleiding (MBO, HBO, WO): slechts 22% van diegenen met een middelbare opleiding volgden de afgelopen drie jaar een cursus/opleiding, tegenover 45% van de hoger opgeleiden. Tenslotte volgen ook niet-werkende Nederlanders, beduidend minder cursussen en/of opleidingen (19%).