Nieuws

Twee-bestuurslagenprincipe helpt tegen bestuurlijke drukte

Het principe dat per onderwerp maximaal twee bestuurslagen betrokken zijn, helpt bestuurlijke drukte te voorkomen, vindt de Raad voor het openbaar bestuur (Rob). Dit principe is door het kabinet vastgelegd in het regeerakkoord. Op verzoek van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken van de Eerste Kamer heeft de Rob een briefadvies uitgebracht over het twee-bestuurslagenprincipe. De Raad komt tot de conclusie dat de verschillende bestuurslagen in onderling overleg afspraken moeten maken over wie zich wel of niet met bepaalde taken bezig houdt. Het twee-bestuurslagenprincipe leent zich (nu) niet tot een directe verordening vanuit het Rijk, omdat de Grondwet aan gemeenten en provincies een grote autonomie toekent. Bovendien kan het soms juist nuttig zijn dat meer dan twee bestuurslagen werken aan de oplossing van een maatschappelijk probleem.

Al langere tijd wordt bestuurlijke drukte als probleem ervaren. De commissie-De Grave omschreef dit in 2005 als een gebrek aan eenvoud, een gebrek aan eenheid en een gebrek aan efficiëntie en effectiviteit. De zogenoemde ‘bestuurlijke spaghetti’ ontneemt bij burgers en bedrijven het zicht op wie waarvoor verantwoordelijk is. Op sommige plekken in de Randstad zijn er zeven verschillende overheden met verantwoordelijkheden. Om tot vermindering van bestuurlijke drukte te komen zijn bestuurlijk vertrouwen in andere overheidslagen en bestuurlijke bescheidenheid in elk geval nodig.

De Raad vindt dat de overheden in een bestuurdersconferentie in kaart moeten brengen op welke beleidsterreinen meer dan twee overheden actief zijn. Daarbij moeten zij wel vooraf het twee-bestuurslagenprincipe onderschrijven. Zij moeten vervolgens afspreken op welke terreinen terug kan worden gegaan naar één of twee verantwoordelijke bestuurslagen. Daarbij is het uitgangspunt de taken zoveel mogelijk toe te delen aan het laagste bestuursorgaan (decentralisatiebeginsel). Blijven meer dan twee bestuurslagen op één beleidsterrein actief, dan moet een heldere verantwoordelijkheidsverdeling worden afgesproken. De afspraken moeten worden vastgelegd in een bestuursakkoord.
Cultuuromslagen vragen om een forse sturing wil er resultaat worden geboekt. De Raad vindt daarom dat één persoon zichtbaar verantwoordelijk moet zijn voor de uitkomsten van de bestuurdersconferentie, bijvoorbeeld een staatssecretaris, een regeringscommissaris of een apart benoemde Directeur-generaal.
Om bestuurlijke drukte in de toekomst te voorkomen moeten nieuwe wetten en regels daarop worden getoetst. Steeds moet de vraag worden gesteld wie waarvoor verantwoordelijk is en of het niet een onsje minder kan qua aantal betrokken bestuurslagen.