Nieuws

Industrie pakt veiligheid aan

Het bedrijfsleven gaat de veiligheid in bedrijven die grootschalig met gevaarlijke stoffen werken verder vergroten. Dit moet leiden tot het voorkomen van incidenten zoals de brand in Moerdijk begin dit jaar. Voorzitter Bernard Wientjes van VNO-NCW heeft gistermiddag mede namens de brancheorganisaties VNPI, VNCI, VHCP en VOTOB* het actieplan ‘Veiligheid Voorop’ aan Staatssecretaris Atsma aangeboden.
 
Het actieplan is ontwikkeld door de bedrijven die grootschalig met gevaarlijke stoffen werken, ook wel BRZO-bedrijven genoemd. Die moeten al voldoen aan strenge Europese veiligheidswetgeving.
 
In het plan zeggen de branches toe om aan de hand van tien actiepunten de veiligheid in bedrijven verder te verbeteren. Uitgangspunt is dat een betere veiligheidscultuur zich niet alleen door wetgeving laat afdwingen. Het gaat om de houding en het gedrag van iedereen die in het bedrijf werkt. Het actieplan van het bedrijfsleven moet er toe leiden dat bij iedereen en op elke plek in het bedrijf veiligheid bij het werken met gevaarlijke stoffen voorop staat.
Het bedrijfsleven doet daarnaast een beroep op het Kabinet om de uitvoering van de BRZO-wetgeving te verbeteren. De totstandkoming van kwalitatief hoogwaardige Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD’s) speelt hierbij een belangrijke rol. De RUD’s verzorgen de vergunningverlening, toezicht en handhaving in een regio. Er zouden vier van deze diensten moeten zijn. Hierdoor is elke RUD automatisch verantwoordelijk voor voldoende te controleren BRZO-bedrijven, waardoor hun specialistische kennis geborgd is. VNO-NCW vindt het een gemiste kans als de overheid de huidige versnipperde aanpak van de BRZO-wetgeving laat bestaan en vraagt de staatssecretaris snel over te gaan tot het aanwijzen van de BRZO-RUD’s.

Voor een goede veiligheidscultuur zijn betrokken leiderschap, een continue verbetering van het veiligheidsbeheerssysteem en actieve veiligheidsnetwerken nodig. Het is bovendien belangrijk dat bedrijven eisen van de bedrijven met wie ze zaken doen dat die ook een goede veiligheidscultuur hebben.