Nieuws

FME: wij gaan voor de Top 10

Nederland verliest terrein op de internationale markt voor schone energietechnologie. Uit het onderzoek ‘Clean Economy, Living Planet’ dat in opdracht van het Wereld Natuur Fonds (WWF) is uitgevoerd, blijkt dat Nederland van de 18e naar de 21e plaats op de wereldranglijst is gezakt. FME-voorzitter Ineke Dezentjé Hamming: ‘Dit rapport geeft een signaal af. Dat moeten we serieus nemen. Cleantech en schone energie bieden enorme kansen. Die moeten we benutten. Wij gaan voor een plek in de top 10.’

In het onderzoeksrapport wordt het gebrek aan een thuismarkt als de belangrijkste hindernis gezien. Grote stijgers als China en Zuid-Korea investeren niet alleen zeer fors in de ontwikkeling van schone energietechnologie, maar stimuleren ook de afzet in eigen land. Die sterke thuismarkt fungeert als springplank voor wereldwijde afzet. Dezentjé Hamming: ‘Nederland moet daar een voorbeeld aan nemen, door langjarig beleid te ontwikkelen dat het aantrekkelijker maakt te investeren in cleantech. De nieuwe SDE+ (subsidieregeling duurzame energie) is een begin. Ook kan de overheid, veel meer dan nu het geval is, optreden als launching customer, zodat de kennis en innovaties eerder kunnen worden vermarkt.’

De Nederlandse kennis rond schone energietechnologie wordt in het WWF-rapport geroemd. Dezentjé Hamming: ‘Dat biedt kansen. Opkomende markten willen niet zomaar groeien, zij willen duurzaam groeien. Daarvoor zoeken zij partners en leveranciers met de meest innovatieve producten en processen. Wij kunnen die leveren. Dat is onze sterke troef. Nederland mag die boot niet missen.  Daarom is een snelle voortgang van het Topsectorenbeleid zo belangrijk.  Ook het Lenteakkoord biedt mogelijkheden – zoals fiscaal voordeel voor groen beleggen – maar dan moet er wel een tandje bij.’

Om de Top 10 te bereiken is ook veel extra kapitaal nodig. Dezentjé Hamming: ‘In de huidige economische situatie kunnen we er niet van uitgaan dat de overheidsbegroting daarop wordt aangepast of dat de banken er vol instappen. Maar er zijn andere vormen van financiering mogelijk. Zo zal ik bijvoorbeeld contact opnemen  met de pensioenfondsen om te kijken wat er mogelijk is. Cleantech is immers een prima business case: goed voor de aanpak van de klimaatproblematiek en de energietransitie en goed voor de Nederlandse technologie. Bovendien draagt het bij aan de werkgelegenheid – ik noem dat de groene-banenmotor – en daarmee aan de verdienkracht van Nederland.’