Nieuws

AWVN: minder onderscheid tussen personeel

Werkgevers doen er verstandig aan minder onderscheid te maken tussen flexwerkers en vast personeel. Het gewone personeelsbeleid voor werknemers moet personeelsbeleid voor werkenden worden. Ook moeten flexwerkers méér mogelijkheden krijgen om deel te nemen aan opleidingsprogramma’s. Dat lost problemen op de arbeidsmarkt op, voorkomt sociale onrust en verzekert werkgevers op termijn van kwalitatief goed arbeidsaanbod. Dat stelde directeur Hans van der Steen van werkgeversvereniging AWVN tijdens het AWVN-jaarcongres in Ede. Het congres stond in het teken van flexibiliteit op de arbeidsmarkt.

In zijn toespraak betoogde Van der Steen dat flexibiliteit op de arbeidsmarkt zowel een wens is van werkgevers als van veel werknemers. Werkgevers winnen door flexibeler inzet (bijvoorbeeld door het nieuwe werken, arbeidstijdmanagement of door flexibele inhuur van arbeid) aan concurrentiekracht. Veel werkenden kiezen tegenwoordig bewust, uit overtuiging voor een zelfstandig bestaan, bijvoorbeeld omdat werk dan beter is te combineren met de leefsituatie of omdat het uitdagender is. Volgens Van der Steen zijn dat positieve ontwikkelingen.

Desondanks kleeft aan het begrip ‘flexwerker’ volgens de AWVN-voorman een negatief etiket, veroorzaakt door problemen rond laagopgeleide flexwerkers in bijvoorbeeld de schoonmaaksector. Die problemen worden door de vakbonden uitvergroot alsof ze de hele arbeidsmarkt betreffen, aldus Van der Steen. ‘Ten onrechte wekken de bonden geregeld de indruk dat flexwerk onmaatschappelijk is en dat het vaste contract weer de norm zou moeten worden. Dat is een miskenning van de werkelijkheid. Die werkelijkheid is dat als de flexmarkt één meter breed is, de problemen zich op de laatste tien centimeter voordoen.‘

Toch is er wel reden om serieus werk te maken van ‘de scherpe kanten van de flexmarkt’, vindt Van der Steen. ‘Er zijn flexwerkers, veelal laagopgeleid, voor wie de werk- en inkomensonzekerheid objectief aantoonbaar groter is dan voor anderen. En ook de overtuigde zzp’ers hebben behoefte aan nieuwe arrangementen voor pensioenopbouw of arbeidsongeschiktheid.’

‘De doe- en denkrichting moet niet zijn om flexwerk in te perken, zoals bonden en een deel van de politiek willen, maar om het beter te organiseren en met wet- en regelgeving te ondersteunen. Voor mensen op de arbeidsmarkt moet het minder belangrijk zijn of ze een klassieke arbeidsovereenkomst hebben, uitzendkracht zijn, gedetacheerd of zzp’er. Vast werk mag iets minder vast, flexwerk iets minder flex. Dát is flexibiliteit met perspectief.’