Nieuws

Minister van buitenlandse handel nu hard nodig

De technologische industrie is het afgelopen half jaar iets gegroeid. Toch is er geen reden tot juichen. De halfjaarsgroei is met 2% namelijk bescheiden. Nu de eurocrisis voortduurt en de groei van de wereldhandel terugloopt, neemt ook de kracht van de export als motor van economische groei af. Dit blijkt uit de FME-conjunctuurenquête najaar 2012. FME-voorzitter Ineke Dezentjé Hamming-Bluemink: ‘We moeten de groei nu zoeken in de opkomende markten. Daar moeten we onze exportmogelijkheden vergroten.’

Na de crisis van 2008 en 2009 liet de technologische industrie een sterke groei zien. Tot medio vorig jaar. Toen viel de groei terug tot een half procent op semesterbasis in de tweede helft van 2011. In de eerste helft van 2012 is die groei weliswaar iets hoger uitgevallen, maar met 2% nog steeds niet om over naar huis te schrijven. Het beeld is bovendien niet eenduidig. De sector mag dan gemiddeld wel licht groeien, toch blijkt 41% van de ondernemers met een omzetdaling te zijn geconfronteerd.

Het beeld voor de tweede helft van dit jaar lijkt sterk op dat van het afgelopen half jaar. De groei van productie (1½%) , export (2½%) en investeringen (1%) neemt volgens de ondernemers weliswaar iets af; de omzetgroei blijft naar verwachting met 2% gelijk. De winstgevendheid neemt iets sterker toe, met 2½%. Ook voor de komende jaren verwachten de ondernemers niet veel verandering.

Aan de ondernemers is met het oog op de (toen nog aanstaande) Tweede Kamerverkiezingen gevraagd welke acties zij van het nieuwe kabinet verwachten.
Daaruit springen drie zaken naar voren: hou de lasten voor bedrijven beperkt; investeer in onderzoek en innovatie; verminder de regeldruk voor bedrijven. Dezentjé Hamming vult deze prioriteitenlijst aan. Zij baseert zich daarbij op de FME-conjunctuurtest: ‘In het verleden bracht de export de omzetgroei in de sector op een hoog niveau; met de huidige 3% exportgroei is daarvan niet langer sprake. Terwijl de technologische industrie, en dus Nederland, het juist moet hebben van de export. We zijn nu voor groei grotendeels afhankelijk van nieuwe en opkomende markten. Daar moeten we vol op inzetten. Daarom vinden wij dat Den Haag moet kiezen voor een fulltime minister van buitenlandse handel, die aanvoelt wat het bedrijfsleven nodig heeft. In veel van die opkomende markten kan alleen een echte minister voldoende gewicht in de schaal leggen om deuren te openen en barrières te slechten. Zo kan de export weer de groeimotor van de economie worden die Nederland nu nodig heeft.’