resilience.1.png
Artikel

Organizational Resilience: Wat is dat eigenlijk?

Het buzzwoord van dit moment in organisaties is toch wel ‘resilience’. Als je hier niet mee bezig bent, dan loop je écht wel achter. ‘Waar achter?’, vraag je je dan wellicht af en daar zit ‘m nou net de crux. Iedereen lijkt aan de haal te gaan met het fenomeen resilience. Dit woord komt uit de techniek voort. Heel simplistisch gesteld: Het vermogen van een stof of object om terug in vorm te komen. Een baksteen die je inknijpt (kapotmaakt dus) scoort een 0. Een spons is al in z’n oude vorm terug voordat je ‘m goed en wel hebt losgelaten en scoort 100. Maar wat is nou resilience als het gaat om de vaak gebezigde term ‘Organizational Resilience’?

 

Er is zelfs een ISO-standaard als het gaat om Organizational Resilience (ISO 22316). Daarin wordthet omschreven als: ‘The ability of an organization to absorb and adapt in a changing environment’. Klinkt nog redelijk vaag en een beetje als Darwin: ‘It is not the strongest species that survive, nor the most intelligent, but the ones most responsive to change’. ‘Change’, verandering dus is meer dan ooit aan de orde van de dag. We zien wereldse veranderingen in bijvoorbeeld de Verenigde Staten (America First), Rusland (I know nothing – maar dan in het Russisch) en we hebben zeer binnenkort te maken met Brexit (We want our country back). Voorts is klimaatverandering een bewegend doel. Heel recent en concreet maakt de nieuwe wet- en regelgeving rond IT, privacy en data (Wbni en AVG) het ons niet makkelijker. En dan hebben we het nog niet eens over veranderingen in en om uw eigen organisatie.


Eenduidige definitie

Helaas ga ik het ook nog wat ingewikkelder maken door andere termen toe te voegen, die ook nog eens door elkaar worden gebruikt, en erger nog, waarvan de gebruiker dan vaak niet kan aangeven wat de onderlinge verschillen zijn. Naast Organizational Resilience bijvoorbeeld gebruiken we Business Resilience, Operational Resilience of alleen het woord Resilience. Dit laatste is wellicht de veiligste vorm om te gebruiken. Bij gebrek aan beter is het in ieder geval verstandig bij het gebruik van welke term dan ook, te definiëren wat ú er onder verstaat en dit vooral te delen met betrokkenen, zodat er geen misverstanden ontstaan. Overigens zie je ook het gebruik toegespitst op een bepaald onderwerp, zoals het momenteel erg populaire ‘Cyber Resilience’.

Ik vertaal het woord resilience als weerstandsvermogen én veerkracht,toegevoegd aan welke andere terminologie dan ook; van de organisatie, de operatie, de business of cyber.


Uw plan B

Cyber Resilience is in ieder geval een term waar we met z’n allen wat handjes en voetjes aan kunnen geven. Het gaat hier om één van de grootste bedreigingen van dit moment als het gaat om impact op de bedrijfsvoering, voornamelijk als gevolg van de ongelofelijke afhankelijkheid van IT en data. Concreet: het zo optimaal mogelijk voorkomen van en voorbereid zijn op een cyberincident, lees weerstandsvermogen, én het vermogen om uw producten en diensten te kunnen blijven leveren in geval van een cyberincident, lees veerkracht. Uw Plan B aldus.

Resilience is dus een onderwerp wat aandacht verdient binnen organisaties en dan als: ‘Het vermogen van een organisatie om te anticiperen op, zich voor te bereiden op en zich aan te passen aan substantiële ver- anderingen en (on)verwachte verstoringen, om te overleven en te floreren’.



Gert Kogenhop is directeur van bcm+ en voorzitter van de BCM normcommissie bij NEN.